Terug naar inhoud

Het Begin

De traditionele seizoensopening met een partij om de Rhenoterm-Hooglandbeker bracht mij op 29 augustus j.l. tegenover de hooggeeerde Willem Punt. De hele zomer had ik mij kunnen opladen voor de strijd tegen de grote meester. Wat moest dat worden ?. Een zeer gelukkige loting was mijn deel. Vier schakers in één poule, Dick Brugman, Jan Piersma, Willem Punt en, jawel, onderge-tekende. Voor mij erg opwekkend: 3 kanjers uit de A-groep tegen mij. Drie tegen één. Mooie Kop van Jut zou ik zijn. Mooi wild om op te jagen voor de heren. Ze zullen het gedrieen dus wel onderling uitmaken. Ik kan mijn partijen voor de bekercompetitie net zo goed schriftelijk afdoen. Wat is wijsheid. Maar ja, de sportieve plicht moet gedaan worden. Met deze ballast in mijn achterhoofd toog ik naar de Rietschoot, na eerst mezelf moed te hebben ingedronken met zwarte koffie en schietgebeden. Na een rustig begin had ik verwacht dat "Het Grote Hakken" zou beginnen. Het gebeurde niet. Willem bleek genadebrood met mij te willen eten. Ik dacht ook aan de goede raad van Cor Nuyts: "niet te snel zetten. Blijf op je handen zitten". De slot-stelling had twee ongelijke lopers en was niet te winnen. Remise. Klasse van Willem om mij te sparen. Door dit resultaat ging ik een week later hoopvol de volgende partij in. Zes september j.l. trof ik Sam Kuilboer die al met zwart op mij zat te wachten. Sam is plezierig om tegen te spelen. Sam is alleen behept met hetzelfde wat het Duitse voetbalelftal in sich hat. Immer weitergehen. Bis zum ende. Sam geeft pas op als het echt niet anders meer kan. De eerste 25 zetten was er voor mij niks aan de hand. Ik koesterde een loper die ik met secuur verdedigen op Sam had veroverd. Ik heb een halfuurtje van de luxe mogen genieten. Ik werd onrustig. Mijn concentratie ebde weg. Acht zetten verder waren de rolluiken zover gezakt dat er geen redden meer aan bleek. Bij het naspelen blijkt een paar dagen later dat rustig blijven zetten en afruilen waar dat kan mij misschien nog een remise had kunnen opleveren. Maar ja, Sam maakte het netjes af, dus ik zal niet verder zeuren. Ik moet bij mezelf te rade. Wie geen fouten maakt verliest niet.

De volgende partij op 13 september was opnieuw een bekerpartij. Tegen Dick Brugman. Opnieuw leek dat een voor mij kansloze affaire. Kanonnenvlees was ik. De munitie die Dick gebruikte bleek al in de opening fataal voor mij. Ik had zwart. 1) e4 1)e6. 2)e5 2) Toen Dick zich vervolgens ook nog bediende van een e.p.(en passant)-trucje was het gebeurd met de koopman. Bij de analyse na afloop bleken er voor mij opnieuw mogelijkheden geweest te zijn om aardig uit de opening te komen. Ik zei later tegen mijn fruitman dat de druiven na afloop toch wat zuur waren. Dat was hij niet met mij eens. Hij verkocht altijd prima kwaliteit. Tja.

Voor nu, gegroet.

Han van Os

Terug naar inhoud